Show More

Psychologie

kortverhaal 

(c) Bieke Depoorter

Marcel was al jaren verslaafd aan psychologen. Psychologes, met name.

Hij had er tientallen verslonden. Hij zocht ze op het net, belde, maakte een afspraak. ‘Dringend, ja. Als het kan nog deze week, het is nogal een acuut geval, ziet u, ik praat er moeilijk over aan de telefoon.’ En ze ontvingen hem, suggereerden hem zelf een stoel te kiezen in de ruimte – allemààl deden ze dat – en stelden oprechte vragen. Ze keken hem recht in de ogen, knikten, zuchtten op het gepaste moment.

Hij bespeelde hen meesterlijk. En hij genoot.

Dit waren de lichtpuntjes in z’n leven.
Jeugdtrauma’s, psychoses, bindingsangst, fobieën… hij werd specialist op elk psychologisch terrein. 

 

Hij doste zich uit, sprong op zijn mobilette en arriveerde steevast iets te laat.

Hij focuste op de openingszin van de psychologe.‘Dag, meneer Vermaele. Hoe voelt u zich vandaag?’, of ‘Goeiemiddag. Maak het u gemakkelijk. Ik kom zo bij u.’, of ‘Wilt u een koffie, iets fris? En wat brengt u hier?’
 Stuk voor stuk professioneel verpakte eufemismen voor ‘wat voor shit heb jij meegemaakt, waar wringt bij joù het schoentje, waarom krijg jìj je leven niet op orde?’.

Hij savoureerde de snoetjes van de goedbedoelende dames die hem met een lieve knik aan het praten probeerden te krijgen.
 Was hij in topvorm, dan barstte hij meteen na de openingsvraag in gesnik uit. Tien minuten lang. Met veel gewauwel ertussen. Heerlijk! Dat professionele geduld, het nerveuze heen-en-weergeschuifel, hun pokerfaces. Om van te smullen.

Ook leuk: neuriënd heen en weer wiegen en aan je haren plukken.
Daar werden ze ongemakkelijk van.

‘Gaat het, meneer?’, of ‘Rustig aan, kom, adem in, adem uit…’ Eén keer zelfs probeerde eentje hem te troosten als een kind: zijn hoofd op haar borst, zachte schouderklopjes. Onbetaalbaar.
 Hij liet hen verweesd achter. Nooit bezocht hij hen vaker dan één keer.

Behalve Myriam.

Strenger, stugger, taaier.

 

Bij haar keerde hij terug. Hij kreeg haar niet uit z’n hoofd. Welke trucs hij ook gebruikte, ze liet zich niet van de wijs brengen, innerlijk noch uiterlijk. Geen schuifeltje, geen kuch, geen zenuwtrek….

Hij bezocht haar wekelijks, veinsde slaapstoornissen en psychotische episodes. Hij begon ook doelbewust nachten wakker te blijven. De wallen en de verwarring maakten zijn verhaal geloofwaardiger.

Nachtenlang werkte hij scenario’s uit. Monologen, bewust onsamenhangende tirades, onbewogen of zwaar geëmotioneerd. Hij schaafde, schrapte, studeerde en hoopte vurig dat ze door het lint zou gaan.

Dat deed ze niet. Myriam hield de lippen stijf op elkaar en luisterde aandachtig, stelde af en toe een wijze bijvraag, knikte rustig. Gék werd hij ervan. Myriam moest door de knieën, vroeg of laat.

Hij prikte de datum, waakte een week, bereidde zich voor op de ultieme consultatie.
‘Dag, meneer Vermae…’


Hij schoot. Ze viel neer. Slierten hersenen op het beige tapijt. Hij viste ze op met twee vingers. Proefde. Smulde. Savoureerde. Genoot.

Schoot daarna zichzelf door het hoofd.

Voldaan.